Inclusief onderwijs is nog lang niet gemakkelijk

Gepubliceerd: 20 October 2022 • Leestijd: 1 minuten en 57 seconden • Myrthe

Wat me opvalt in alle communicatie over diversiteit en inclusiviteit: het lijkt alsof inclusiviteit een zwart-witkeuze of statement is. Iets wat je bent of niet. Uit dilemma’s in de dagelijkse praktijk blijkt dat dat heel anders ligt. Want wanneer is ‘gelijke monniken, gelijke kappen’ inclusief en wanneer juist niet?

Ik neem jullie even mee in een redelijk gemiddelde werkweek.

We beginnen zoals elke week met een gezamenlijke start voor de eerstejaars. Iets meer dan de helft komt opdagen. Is dit diversiteit bieden in het onderwijs, omdat iedereen op basis van zijn/haar behoeften al dan niet gebruik maakt van de weekstart? Of is dit een pedagogisch of didactisch vraagstuk? En maakt dat uit voor mijn handelen?

Ik spreek een student en vertel dat hij – helaas – zijn project niet mag voortzetten. Ik heb een slechtnieuwsgesprek met een andere student. De opdracht moet opnieuw. Het voldoet niet. Is dit eerlijk? Zijn deze studenten voldoende begeleid? Zijn ze ondergesneeuwd in hun projectgroep? Spelen er dingen die ik niet zie en moet ik daar wat mee, of niet? Het onderwijs is ook kwalificerend, we beoordelen op geschiktheid, kunde, kennis. Dus misschien is het gewoon: jammer, volgende keer beter?

Ik spreek een student over problemen rondom planning en prioritering. Ga ik nu heel erg focussen op de labels en diagnoses die hierbij (kunnen) horen en begripvol zeggen dat het dan maar zo is? Of ga ik met die student aan de slag? Kijken hoe het wel kan? Is dat dan pedagogisch handelen of ben ik op dat moment niet inclusief, probeer ik als het ware uit alle macht iemand met één been te leren sprinten?

Ik keur een portfolio af op de randvoorwaarde dat het niet in ABN geschreven is. Is dat dan niet-inclusief op het moment dat het iemand met Nederlands als tweede taal betreft maar wél de juiste manier van handelen als iemand uit Zeeland komt?

Ik ga naar het toilet en vind het fijn dat er aparte vrouwentoiletten zijn, daar voel ik me prettiger en ja zelfs veiliger bij. Ben ik dan niet inclusief? Ik weet het niet.

Ik dol na een lange dag wat met studenten en maak een grapje dat op het randje is. Kan dat omdat het de lucht klaart en we even buiten de strakke kaders van onze rollen van docent en student zomaar gewoon even allemaal mens(elijk) zijn? Of heb ik iemand onbewust buitengesloten hiermee? Gekwetst?

Het punt is dat ik erg voor diversiteit en inclusiviteit ben. Echt heel erg voor, worden we beter van! Maar in de ‘daily grind’ is het zó lastig. Het is balanceren tussen authenticiteit (oprechte excuses voor dit kotswoord – bij gebrek aan beter) , pedagogisch handelen en sensitief zijn voor de soms tegenstrijdige gevoelens en behoeften van anderen.

Wellicht zit echte inclusiviteit in handelen vanuit je hart. En het hart, lieve mensen, maakt geen onderscheid (of dus juist wel 🙂 …)

Een reactie plaatsen