Mijn dringende studieadvies-advies

Gepubliceerd: 16 May 2023 • Leestijd: 1 minuten en 44 seconden • Myrthe

Studenten gestart in studiejaar ’19 en ’20 hadden geen bindend studieadvies. Studenten gestart in studiejaar ’21 moeten voldoen aan minimaal 48 studiepunten behaald uit studiejaar 1, maar hebben daar twee jaar de tijd voor. Studenten gestart in studiejaar ’22 hebben weer iets nieuws: een dringend studieadvies (dsa).

Aankomend studiejaar geldt opnieuw een dsa en voor collegejaar ’25 oppert Minister Dijkgraaf een nieuwe norm van dertig studiepunten in jaar 1 en nog eens dertig in jaar 2. Dit zou de prestatiedruk voor studenten verlagen. Volgt u het nog?

In het rapport Professionals voor morgen – strategische agenda van de Vereniging van Hogescholen van 2019-2023 is de belofte van het experimenteren met het bsa al te lezen. De Vereniging van Hogescholen merkt terecht op dat het bsa  an sich prima in te zetten is als pedagogisch instrument (zoals ik al schreef in mijn eerdere blog over het destijds afschaffen van het bsa).

Helaas bewerkstelligd(e) het bsa  niet (altijd) wat werd beoogd. Het eerste jaar van studie X bij de Haagse Hogeschool net niet halen om vervolgens dezelfde studie in Rotterdam te gaan doen schiet inderdaad zijn doel voorbij. Fijner is dan als de student in de voor hem al bekende omgeving en peergroep alsnog het eerste jaar van zijn studie kan afronden op, in dit voorbeeld, de HHS. En eerlijk is eerlijk: ook voor een Hogeschool is al dat geswitch van studenten niet fijn, want erg onvoordelig qua bekostiging.

Het besluit van het college van bestuur verleden studiejaar om te kiezen voor een dringend in plaats van een bindend studieadvies kon ik dan ook – hoewel ook ik beren op de weg zag – prima volgen. Recent las ik op Profielen dan weer dat de medezeggenschapsraad liever opnieuw een bsa zou zien dan een dsa.

Nu het dsa voorlopig toch de weg is die we zijn ingeslagen stel ik voor dat we allereerst eens met elkaar vastleggen wat we nu eigenlijk beogen met het dsa. Te veel opties passeren wat mij betreft nu de revue, van kwaliteitsborging tot stressmanagementtool en misschien zelfs wel financieel gewin voor de onderwijsinstelling. Laten we vervolgens na een aantal jaar evalueren wat het effect is van een dsa.  

Geef studenten de gelegenheid om te wennen aan een systeem waarin niet meer extern wordt bepaald of je wel snel genoeg voldoet of niet. Geef coaches en docenten de ruimte om (nieuwe?) pedagogische interventies te ontwikkelen voor studenten die niet (direct) voldoen aan het, toch ook extern opgelegde ideaal, van nominaal is normaal.

Experimenteren is soms nuttig, maar verander de doorstroomregels niet élk jaar van vorm en doel. Dat is mijn dringende studieadvies-advies.

Een weg uit de burn-outcultuur

Gepubliceerd: 6 April 2023 • Leestijd: 1 minuten en 50 seconden • Myrthe

De instroomcijfers dalen. We doen een extra open dag, op zaterdag uiteraard. Diplomeringen organiseren we op vrijdagavonden. Professionaliseringsbijeenkomsten zijn vaak vanaf 15.00 uur tot een uurtje of 19.00 à 20.00. En veel ook. Iemand die echt wil, kan de hele week zoet zijn met de ‘meet-ups’ en ‘cafés’. Steeds wordt hierbij fijn meegedacht met de docent: overdag staan we immers voor de klas.

Naast lestaken zijn docenten bezig met het organiseren van introducties, excursies, ontwikkelen van nieuw onderwijs, borging, vergaderingen, onderzoek, professionalisering, coaching en het vastleggen van de coachgesprekken in Osiris. Met administratie, voorlichting, PR, bijles, bijscholing, kallibraties, afstemmen met studentzaken, decanaat, en – en – en – en – en.

Ben je er nog?

De lijst hierboven is bij lange na nog niet compleet. En dan heb ik het nog niet eens over de hoeveelheid mail en Teamsberichten die wel binnen afzienbare tijd gelezen en beantwoord moeten worden.

Uit een recent onderzoek van Zestor blijkt dat 53 procent van de docenten in het hoger onderwijs de werkdruk als (veel) te hoog ervaart. Hierbij moet wel even de kanttekening worden gemaakt dat het onderzoek gedurende de Covidperiode is afgenomen, iets wat wellicht een enigszins vertekend beeld geeft.

Maar al zolang ik werk voor de Hogeschool Rotterdam is de te hoge werkdruk een terugkerend thema. Bij de Hogeschool van Amsterdam, waar ik hiervoor werkte, was dat precies hetzelfde. Allerhande interventies zijn de revue gepasseerd. Van duurzame inzetbaarheid tot zelfsturende teams. Niks lijkt nog echt (blijvend) effect te hebben gehad.

Wordt het niet hoog tijd dat we loyaliteit vervangen door professionaliteit?

Loyaliteit aan de studenten die je niet in de steek wilt laten of wilt laten wachten. Waardoor je toch maar weer op zondag achter de computer kruipt of in de vakantie dat experimentje doet wat je onderwijs zoveel betekenisvoller maakt. Of die loyaliteit die maakt dat je tot 23.00 uur je mail aan het beantwoorden bent. Stiekem is het ook lekker toch? Je krijgt er zoveel voor terug. De complimenten, de waardering, het gevoel dat je ertoe doet. En die PTD, ja daar snapt niemand een ene bal van.

Ik zie ook lichtpuntjes. Zoals collega’s die de ruimte nemen en voelen om dagen thuis te werken en focusdagen in te plannen. En out-of-office-meldingen aanzetten met de strekking ‘zodra ik tijd heb reageer ik, reminders sturen heeft geen zin’. Collega’s die zeggen: ‘Deze vakantie ben ik niet bereikbaar hoor, ik klap mijn laptop lekker dicht.’ Collega’s die open zijn over (zieke) kinderen die nu eenmaal ook wel eens overdag opgevangen moeten worden.

De enige weg uit de burn-outcultuur, die we met elkaar hebben gecreëerd, is ophouden dingen te normaliseren die niet de norm zouden moeten zijn, zoals continu over onze uren en over onze taken heengaan. Wel zo professioneel.

Wat is wijsheid?

Gepubliceerd: 7 February 2023 • Leestijd: 1 minuten en 45 seconden • Myrthe

Een boek dat ik recent las zette me aan het denken over in hoeverre we eigenlijk invloed hebben op ons eigen levenspad. In hoeverre ‘kiezen’ ertoe doet, of niet. Soms zijn keuzes fundamenteel. Zoals in het betreffende boek, De Kinderwet, waarin een vrouwelijke rechter op basis van de wet een onherroepelijke keuze moet maken die letterlijk leidt tot leven of dood.

Met enige regelmaat spreek ik studenten die het gevoel hebben net zulke fundamentele keuzes te moeten maken. Stoppen of niet? Wil ik DIT wel de rest van mijn leven?

Twijfels die voortkomen uit diepe vragen die met identiteit te maken hebben, met vertrouwen in de toekomst of vertrouwen in eigen kunnen. Met de keus voor een studie en in het verlengde daarvan een carrière lijkt het toch alsof je in ieder geval een deel van je levensloop kiest. Maar ja, wat als je dan verkeerd kiest ? Er staat dan ineens veel meer op het spel.

Wat ik inmiddels heb geleerd – correctie: wat ik nog steeds aan het leren ben – is dat keuzes of specifieke gebeurtenissen in het leven zelden fundamenteel of levensbepalend zijn. Neem nu die verloren eerste liefde waarvan ik dacht er nooit meer overheen te komen. Of het kind waarvan ik als twintiger overtuigd was het nooit te willen, dat nu dagelijks meer vreugde brengt dan ik ooit voor mogelijk hield. Ik werk al jaren met veel plezier in het onderwijs dat ik dacht voorgoed achter me te laten na een vroegtijdig beëindigd avontuur op de pabo.

Lieve twijfelaars, keuzes zijn zelden zwart/wit en zelden onomkeerbaar. Het leven heeft zo veel leuke en nare verrassingen voor je in petto. We zetten onszelf vast als we onszelf voor fundamentele keuzes willen plaatsen. Je zou het leven kunnen zien als de rechter in het boek. Die maakt die fundamentele keuzes wel voor ons. Op basis van één of ander voor ons niet te door gronden wetboek.

Dus kies gewoon voor NU. Doe je best om er wat van te maken en kies steeds opnieuw voor wat op dat moment goed voelt, past en juist is. Zoek naar de derde weg. Naar het pad wat toe nu toe onbegaanbaar leek. Maar laat je vooral verrassen door het leven. Niemand weet waar je over vijftien jaar bent. Heel waarschijnlijk ga je dit wat je nu doet niet de rest van je leven doen. Je neemt wel de kennis, ervaring en inzichten mee en ontwikkelt je verder.

Wie weet glimlach je af en toe bij jezelf … als iemand dit vijftien jaar geleden tegen mij had gezegd had ik die persoon keihard uitgelachen.

‘Onze nieuwe eerstejaars zijn vlinders’?

.; Gepubliceerd: 22 December 2022 • Leestijd: 1 minuten en 45 seconden • Myrthe

Nu ben ik als voormalig communicatieprofessional niet vies van een beetje beeldspraak, maar van deze zin kreeg ik toch enigszins de kriebels. De zin stond in de speech van de vo-raad, waarin ze de nieuwe onderwijsvisie presenteerden. Een onderwijsvisie die, vrij vertaald, minder gestoeld was op kennisoverdracht en meer op ‘Bildung’ of ‘brede vorming’.

In dezelfde periode dat de vo-raad deze speech gaf, meldde minister Dennis Wiersma dat het aantal verplichte lesuren in het voorgezet onderwijs omlaag geschroefd zou worden. Geheel in lijn met het beleid van de laatste jaren. Nu ben ik de laatste die zal zeggen dat persoonsvorming niet een van de opgaven is van het onderwijs. Maar noem me ouderwets: ik denk dat onze ‘rupsen’ ook kennis en kunde nodig hebben, om al dan niet unieke vlinders te worden.

‘Onze’ eerstejaarstechnici zijn geen vlinders of rupsen of welk ander dier dan ook. Het zijn jonge mensen die soms gedesillusioneerd raken door de achterstand die ze hebben op het gebied van wiskunde en natuurkunde om goed door onze opleiding heen te komen. Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat dit een rechtstreeks gevolg is van jarenlang beknibbelen op de curricula van het vo en mbo. En niet alleen op deze vakken; ik had hier ook Nederlands kunnen noemen. De woordenschat van onze technici in de dop is bedroevend laag en de schrijfvaardigheid ook.

Van nature ben ik meer een ‘het glas is halfvol’-type, maar de laatste jaren maak ik me ontzettend ongerust. Over onze maatschappij, over de keuzes die er wel of juist niet gemaakt worden. Over de kwaliteit van ons onderwijssysteem als geheel – of het gebrek eraan.

Dat begint al in het basisonderwijs en wordt prachtig geïllustreerd in de documentaire ‘Klassen’, waarin een aantal basisscholen in Amsterdam wordt gevolgd. Klassen is hierin een mooie dubbele term, want we zien verschillende groepen 8, maar vooral ook de klasse-verschillen. Wat mij echter met name opviel, was dat de groepen 8 uit de ‘hogere’ klasse echt onderwijs kregen. De groepen uit de ‘lagere’ klasse kregen, tsja, hoe zal ik dat zeggen … therapie.

Tegen populaire meningen en stromingen in pleit ik graag voor: minder expressie van je unieke zelf, minder aandacht voor gevoeligheden, minder sociale vaardigheidstraining. En voor meer kennis, meer uitdaging, training van de hersenen, omgaan met uitdagingen, creativiteit, en oorspronkelijkheid in denken.

Laten we onze kinderen leren dat ze allemaal stuk voor stuk kinderen zijn. Jonge mensen, die door kennis en kunde een goed stel hersens kunnen ontwikkelen, waardoor ze een stevige basis hebben om op terug te vallen.

Wie weet wat er dan ontpopt.

Wil je gelijk hebben of wil je wat leren?

Gepubliceerd: 24 November 2022 • Leestijd: 1 minuten en 42 seconden • Myrthe

Ik hoor het mezelf in volle frustratie tegen een student zeggen. We zijn al bijna een uur aan het hakketakken en het gesprek gaat nergens heen. Het zet me aan het denken over feedback en het (leer)effect ervan. Feedback, feedup en feedforward: het is van essentieel belang in ons onderwijs en toch lijkt het de student regelmatig niet te bereiken.

Als ik terugdenk aan mijn eigen studie en loopbaan, zijn er twee momenten waarop ik een enorme spiegel voorgehouden kreeg. Tot op de dag van vandaag maken die momenten mij een betere professional. Op die momenten zelf zag of voelde ik dat echter totaal niet zo.

Het eerste moment was op de pabo toen ik 16 was en blijkbaar geschikt werd geacht om voor een kleuterklas en een groep acht te staan. Tijdens een lesbezoek zei mijn coach tegen mij: ‘Zachte heelmeesters maken stinkende wonden.’

Het tweede gebeurde een paar jaar later. Ik was ongeveer 24 en werkte bij een groeiende startup. Ik had hard gewerkt en had de stille hoop dat dit tijdens mijn beoordelingsgesprek gehonoreerd zou worden met salarisverhoging. Er kwam niks. Ik stond op en liep de kamer uit. Met mijn hand aan de deurknop vroeg ik: ‘Ehm, zit er ook een salarisverhoging in?’

Het antwoord: ‘Zodra je stopt met Calimeroën.’

Ik denk niet dat de feedbackgevers zich bewust waren van welke lessen ze mij op dat moment meegaven. Ze zagen iets wat overduidelijk bij mij nog in mijn blinde vlek zat, maar ze plantten een zaadje naar bewustwording. Dat is denk ik wat je wil bereiken met feedback, zeker als het gaat om feedback op ‘zelfniveau’. Ook als de ontvanger nog niet echt ontvankelijk lijkt te zijn voor jouw al dan niet zorgvuldig geformuleerde boodschap.

Of feedback zin heeft en dus bijdraagt aan het leerproces van de student is van veel factoren afhankelijk. Bijvoorbeeld of de timing juist is. En of je de juiste snaar weet te raken. Dan mag het best een beetje pijn doen of wrijven. Zachte heelmeesters maken immers stinkende wonden.

Als je de ontvanger bent van feedback, heeft dat tot gevolg dat je van je eigen GROTE GELIJK moet afstappen. En dat je inziet dat er misschien andere waarheden zijn die je verder kunnen brengen. Kap dus met het ‘Ik is klein’-gedrag en zie het als een cadeau dat je voor vol genoeg wordt aangezien om er mee te dealen.

Feedback ontvangen, het is niet niks. En in het slechtste geval moet je er nog wat mee ook.

Inclusief onderwijs is nog lang niet gemakkelijk

Gepubliceerd: 20 October 2022 • Leestijd: 1 minuten en 57 seconden • Myrthe

Wat me opvalt in alle communicatie over diversiteit en inclusiviteit: het lijkt alsof inclusiviteit een zwart-witkeuze of statement is. Iets wat je bent of niet. Uit dilemma’s in de dagelijkse praktijk blijkt dat dat heel anders ligt. Want wanneer is ‘gelijke monniken, gelijke kappen’ inclusief en wanneer juist niet?

Ik neem jullie even mee in een redelijk gemiddelde werkweek.

We beginnen zoals elke week met een gezamenlijke start voor de eerstejaars. Iets meer dan de helft komt opdagen. Is dit diversiteit bieden in het onderwijs, omdat iedereen op basis van zijn/haar behoeften al dan niet gebruik maakt van de weekstart? Of is dit een pedagogisch of didactisch vraagstuk? En maakt dat uit voor mijn handelen?

Ik spreek een student en vertel dat hij – helaas – zijn project niet mag voortzetten. Ik heb een slechtnieuwsgesprek met een andere student. De opdracht moet opnieuw. Het voldoet niet. Is dit eerlijk? Zijn deze studenten voldoende begeleid? Zijn ze ondergesneeuwd in hun projectgroep? Spelen er dingen die ik niet zie en moet ik daar wat mee, of niet? Het onderwijs is ook kwalificerend, we beoordelen op geschiktheid, kunde, kennis. Dus misschien is het gewoon: jammer, volgende keer beter?

Ik spreek een student over problemen rondom planning en prioritering. Ga ik nu heel erg focussen op de labels en diagnoses die hierbij (kunnen) horen en begripvol zeggen dat het dan maar zo is? Of ga ik met die student aan de slag? Kijken hoe het wel kan? Is dat dan pedagogisch handelen of ben ik op dat moment niet inclusief, probeer ik als het ware uit alle macht iemand met één been te leren sprinten?

Ik keur een portfolio af op de randvoorwaarde dat het niet in ABN geschreven is. Is dat dan niet-inclusief op het moment dat het iemand met Nederlands als tweede taal betreft maar wél de juiste manier van handelen als iemand uit Zeeland komt?

Ik ga naar het toilet en vind het fijn dat er aparte vrouwentoiletten zijn, daar voel ik me prettiger en ja zelfs veiliger bij. Ben ik dan niet inclusief? Ik weet het niet.

Ik dol na een lange dag wat met studenten en maak een grapje dat op het randje is. Kan dat omdat het de lucht klaart en we even buiten de strakke kaders van onze rollen van docent en student zomaar gewoon even allemaal mens(elijk) zijn? Of heb ik iemand onbewust buitengesloten hiermee? Gekwetst?

Het punt is dat ik erg voor diversiteit en inclusiviteit ben. Echt heel erg voor, worden we beter van! Maar in de ‘daily grind’ is het zó lastig. Het is balanceren tussen authenticiteit (oprechte excuses voor dit kotswoord – bij gebrek aan beter) , pedagogisch handelen en sensitief zijn voor de soms tegenstrijdige gevoelens en behoeften van anderen.

Wellicht zit echte inclusiviteit in handelen vanuit je hart. En het hart, lieve mensen, maakt geen onderscheid (of dus juist wel 🙂 …)

Vaarwel, stok achter de deur

Gepubliceerd: 20 September 2022 • Leestijd: 2 minuten en 9 seconden • Myrthe

Er ligt een ontzettend interessant pedagogisch vraagstuk op tafel. Wat doen ‘we’ met het bsa? Voor de studenten die dit studiejaar zijn gestart met studeren is er geen bindend studieadvies meer, maar een dringend studieadvies. Het ziet ernaar uit dat vanaf volgend studiejaar gewerkt gaat worden met een bindend studieadvies na twee jaar.

Nu heb ik altijd al ambivalente gevoelens gehad over het bindend studieadvies. De ene keer was ik een ferm aanhanger van het radicale idee dat we studenten als volwassenen zouden moeten behandelen. Volwassen mensen sla je niet met een stok om ze harder te laten lopen toch?

Aan de andere kant hoorde ik mezelf tijdens talloze slc-gesprekken de stok met liefde uit de kast pakken. ‘Als ik zo naar je studievoortgang kijk wordt het spannend of je het gaat redden dit jaar … Kies je? Want anders wordt er straks voor je gekozen …’ Ach, en dat werkte dan soms toch om sommige motoren wat harder op stoom te laten komen.

Recent realiseerde ik me dat het eigenlijk heel logisch is dat de ‘stokmethode’ goed werkt. Als je kijkt naar waar de meeste opvoedkundige vraagstukken over gaan is dat de ingewikkelde samenhang tussen het stellen van grenzen (veiligheid) en het bieden van autonomie. Een derde belangrijk element is erkenning (letterlijk: ik zie jou als persoon, jij bent echt). Het bindend studieadvies leunt heel erg op het stellen van kaders, verwachtingen en het aangeven van grenzen: hier ligt de lat! Superveilig dus.

De bsa in nieuwe vorm – het  dringende advies – leunt misschien wel veel sterker op het principe van erkenning en autonomie. Wat een heel leuke uitdaging kan zijn voor zowel de studenten als de studieloopbaancoaches. De verantwoordelijkheid voor de studie wordt nog scherper gelegd waar-ie hoort, namelijk bij de student.

Studeren is een dure hobby, maar het is ook de een van de beste investeringen die je in jezelf en jouw toekomst kan doen. Je mag dingen uitproberen, maar op een bepaald moment moet je ook doorzetten. Ergens tussen die twee uitersten zal je als student moeten balanceren. Er wordt niet alleen van jou als student verwacht dat je serieus met de studie aan de slag gaat, maar ook een zekere eerlijkheid naar jezelf of het haalbare kaart is of niet.

Voor coaches wordt het de uitdaging om de gesprekken nog scherper aan te gaan met studenten. De gesprekken zouden het niveau van de feiten en cijfers nog meer moeten gaan ontstijgen. Hup, zwemmen onder die ijsberg!

Waar ik benieuwd naar ben is of ons onderwijs klaar is voor de gevolgen van meer leunen op autonomie en erkenning. Is dit dringende advies een opstap naar meer ruimte en erkenning voor het feit dat ieders route naar het behalen van een diploma of een vervullende werkplek er anders uitziet?

De een zal, door omstandigheden intern of extern, een langer of hobbeliger pad hebben naar de eindstreep. De ander wil wellicht sneller of meer dan waar het standaardcurriculum ruimte voor biedt. Weer een ander komt erachter dat het hbo gewoon niet voor hem of haar is.

Er leiden vele wegen naar Rome. De slc-gesprekken gaan studenten hopelijk ondersteunen bij het vinden van hun weg. En nu dus zonder stok …

Executieve functies, de sleutel tot studiesucces ?

Gepubliceerd: 18 March 2022 • Leestijd: 2 minuten en 1 seconden • Myrthe

Om een redelijk functionerend mens te zijn in de maatschappij heb je allerlei vaardigheden nodig. Van op tijd uit bed komen, de koelkast gevuld houden tot rekeningen betalen. In allerlei alledaagse situaties doe je een beroep op je executieve functies: de combi van denk- en gedragsvaardigheden die je nodig hebt om iets voor elkaar te krijgen.

Ook in de context van de studie spelen deze executieve functies een significante rol. Het gaat hier om een breed scala aan vaardigheden. Een paar voorbeelden: Geef je het op als iets niet direct lukt of pak je door (reactie- inhibitie)? Ben je in staat om instructies op te volgen en inleverdata op langere termijn in de gaten te houden (werkgeheugen)?

Recent deed ik onderzoek naar de relatie tussen de mate waarin executieve functies waren ontwikkeld bij eerstejaarsstudenten van de technische Ad’s en de mate waarin zij studiesucces hadden. Graag deel ik hier een paar troostrijke, hoopgevende of tot nadenken stemmende conclusies voor docenten en studenten uit mijn onderzoek.

Om te beginnen: er zijn veel aanwijzingen dat goed ontwikkelde executieve functies bijdragen aan studiesucces. Beter nieuws nog: als docent of coach kun je gericht interventies inzetten om executieve functies te trainen of verder te ontwikkelen.

Of executieve functies goed zijn ontwikkeld wordt niet direct bepaald door de vooropleiding van een student. Leeftijd en sekse spelen wél een belangrijke rol. Jongens zijn over het algemeen later met het ontwikkelen van executieve functies dan meisjes. Interessant gegeven in het kader van de technische opleidingen, waar het gros van de studenten uit adolescente jongens bestaat.

Er is een rechtstreeks verband tussen studenten die aanwezig en actief zijn bij lessen en de mate waarin bepaalde executieve functies zijn ontwikkeld. Dat is dus meteen ook de Catch 22: deze studenten kunnen het al. Sterker nog: studenten die moeite hebben met bepaalde executieve functies hebben tevens moeite met het volgen van  instructies  voor  opdrachten  die executieve  functies  kunnen  versterken. Hoe bereik je nu de studenten die het nog niet kunnen?  

Het helpt als ze weten waar ze iets voor doen! Dus investeer in vroeg kennismaken met het werkveld en verbind verschillende onderwijsmodules aan elkaar (doelgericht doorzettingsvermogen). Studenten (misschien ook docenten, maar dat heb ik niet onderzocht 😊) hebben af en toe een ‘aai over de bol’ nodig of de erkenning dat iets moeilijk of lastig is. Dat motiveert (emotieregulatie)!

Hoe zou je als docent of student met bovenstaande informatie aan de slag kunnen gaan ? Kan inzetten op interventies voor het versterken van executieve functies ook voor jou studenten of jouw opleiding bijdragen aan studiesucces? Mijn tip zou zijn: start met werkvormen waarbij tijd en aandacht wordt besteed aan het adagium ‘Ken uzelve’, zeker als het om studievaardigheden gaat. Er zijn goede vragenlijsten die helpen sterke en zwakke punten op het gebied van executieve functies bij individuele studenten te analyseren. Investeer daarnaast in het dichterbij halen van het toekomstperspectief. Wat kan je met deze opleiding ? Waarom zou je dit willen leren of kunnen?

Hebben we bij inclusiviteit al aan introverte mensen gedacht?

Gepubliceerd: 26 April 2022 • Leestijd: 1 minuten en 40 seconden • Myrthe

Vooruit dan maar, het is tijd voor een bekentenis. Ik heb het lang verborgen gehouden, maar nu moet het van mijn hart: Mijn naam is Myrthe, slik … gewichtige stilte … en ik ben een introvert.

Welkom, Myrthe!

De afgelopen twee jaar waren op veel vlakken een uitdaging. Het werk en de manier waarop we dat uitvoerden veranderden in één klap. Alles speelde zich achter een beeldscherm af. Heerlijk, zou je zeggen, voor de introverte types. Toch?

Zelf heb ik dat regelmatig anders ervaren en dat had met twee zaken te maken. Het eerste: ineens werd voor alles een Teamsvergadering aangemaakt. Ten tweede: er zat geen natuurlijke eindtijd meer aan het werk. En dan heb ik het nog maar even niet over de ongelooflijke hoeveelheid communicatiekanalen die er ineens online waren …😊.

Er zijn grote verschillen in hoe extraverte en introverte mensen functioneren als het gaat om prikkelverwerking, communicatie, omgaan met conflicten, ideeën ontwikkelen en besluiten nemen.

In onze maatschappij worden echter de kwaliteiten van extraverte mensen extra beloond. Dit gaat helaas ten koste van creativiteit, het zien van andere invalshoeken en van productiviteit. Studies laten zien dat om ergens écht heel erg goed in te worden ‘deliberate practice’ ontzettend belangrijk is. Musici, maar ook softwareontwikkelaars spenderen uren alleen met oefenen, oefenen en nog eens oefenen. In ons onderwijssysteem is daar steeds minder aandacht voor. We sturen aan op 21st century skills. Op samen doen en goed kunnen communiceren en ‘verkopen’ wat we doen. Ook belangrijk, zeker, maar waar is de balans ?

In het fantastische boek  ‘Quiet, the power of introverts in a world that can’t stop talking’, beschrijft Susan Cain hoe we als maatschappij de kwaliteiten van extraverte mensen steeds meer zijn gaan waarderen en waarom dat eigenlijk ontzettend jammer is. Het beïnvloedt onze prestaties op de werkplek en in het onderwijs. Onze werkplekken zijn flexibel en open. We horen altijd bereikbaar te zijn en snel te reageren op mail of Teams-berichtjes.

De oplossing is volgens Susan McCain eenvoudig. We zouden op zoek moeten naar symbiotische relaties tussen extraverts en introverts. Waarbij we gebruik maken van elkaars kwaliteiten. Het gaat om balans en het bieden van een structuur waarbij beiden menstypes tot hun recht komen.

Misschien zouden we als tegenhanger van de eerder genoemde aspecten van onze werkcultuur ‘broeddagen’ moeten normaliseren. Stilte-werkplekken creëren. Reflectiedagen introduceren. Mijns inziens een mooi voorbeeld van hoe je als hogeschool een deel van het inclusiviteitsbeleid kan vormgeven.

Een technisch beroep zou een logische keuze voor meisjes moeten worden

Gepubliceerd: 18 February 2022 • Leestijd: 1 minuten en 18 seconden • Myrthe

Schouderophalend las ik een artikel van Techniekpact. De strekking van het verhaal was, dat ondanks alle moeite die er de laatste jaren is gestoken in het werven van meisjes voor de Bètavakken en de techniek, er opnieuw minder meisjes zijn die deze keus maken.

Daarna schrok ik van mijn eigen schouderophalen, van mijn ‘dat wisten we toch allang’-reactie. Het gaat hier namelijk wel om een serieus vraagstuk. Er zijn ontzettend grote personeelstekorten in de technische sector en toch accepteren we dat we eigenlijk maar de helft van de potentiële beroepsbevolking in de schoolbanken van onze technische opleidingen hebben.

Al sinds jaar en dag zijn er allerlei initiatieven om meer studenten te trekken naar technische opleidingen en specifiek: meer vrouwelijke studenten. Hoewel de ‘Girlsdays’ vaak fantastisch georganiseerd zijn zetten ze, tot nu toe, geen zoden aan de dijk.

Eerlijk gezegd snap ik dat wel. Want bijna alle vrouwelijke docenten die bij technische opleidingen werken zijn geen techneuten, maar taal- of vaardighedendocenten. De enige vrouwen die ik spreek als ik contact heb met bedrijven uit het technische beroepenveld zijn van de afdeling ‘human resources’.

Voordat je kiest voor een beroep moet je jezelf ook in dat beroep kunnen zien. En daar gaat het mis. Het lijkt dus aan de ene kant logisch dat er op speciale wijze wordt ingezet om meisjes voor de techniek te werven. Maar hierdoor wordt juist benadrukt hoe uitzonderlijk meisjes in de techniek zijn.

Een technisch beroep zou een even logische keuze voor meisjes moeten worden als alle andere keuzes. Het technische werkveld vraagt namelijk om creatieve, oplossingsgerichte denkers en doeners. Die gezien worden om de talenten die ze bezitten los van geslacht.

Voor alle meisjes die op zoek zijn naar mooi en betekenisvol werk waar je een serieuze bijdrage kan leveren aan het oplossen van de problemen waar de wereld nu mee te kampen heeft (denk aan: duurzame voedselvoorziening, de energietransitie en gezondheidszorg): overweeg een technische opleiding!

Hopelijk is de generatie van mijn dochter er een  waarbij er niet meer wordt geapplaudisseerd – als ze kiest voor een technische opleiding – enkel om het feit dat ze een meisje is. Hopelijk wordt er geapplaudisseerd om het talent dat ze bezit.