Mijn dringende studieadvies-advies

Gepubliceerd: 16 May 2023 • Leestijd: 1 minuten en 44 seconden • Myrthe

Studenten gestart in studiejaar ’19 en ’20 hadden geen bindend studieadvies. Studenten gestart in studiejaar ’21 moeten voldoen aan minimaal 48 studiepunten behaald uit studiejaar 1, maar hebben daar twee jaar de tijd voor. Studenten gestart in studiejaar ’22 hebben weer iets nieuws: een dringend studieadvies (dsa).

Aankomend studiejaar geldt opnieuw een dsa en voor collegejaar ’25 oppert Minister Dijkgraaf een nieuwe norm van dertig studiepunten in jaar 1 en nog eens dertig in jaar 2. Dit zou de prestatiedruk voor studenten verlagen. Volgt u het nog?

In het rapport Professionals voor morgen – strategische agenda van de Vereniging van Hogescholen van 2019-2023 is de belofte van het experimenteren met het bsa al te lezen. De Vereniging van Hogescholen merkt terecht op dat het bsa  an sich prima in te zetten is als pedagogisch instrument (zoals ik al schreef in mijn eerdere blog over het destijds afschaffen van het bsa).

Helaas bewerkstelligd(e) het bsa  niet (altijd) wat werd beoogd. Het eerste jaar van studie X bij de Haagse Hogeschool net niet halen om vervolgens dezelfde studie in Rotterdam te gaan doen schiet inderdaad zijn doel voorbij. Fijner is dan als de student in de voor hem al bekende omgeving en peergroep alsnog het eerste jaar van zijn studie kan afronden op, in dit voorbeeld, de HHS. En eerlijk is eerlijk: ook voor een Hogeschool is al dat geswitch van studenten niet fijn, want erg onvoordelig qua bekostiging.

Het besluit van het college van bestuur verleden studiejaar om te kiezen voor een dringend in plaats van een bindend studieadvies kon ik dan ook – hoewel ook ik beren op de weg zag – prima volgen. Recent las ik op Profielen dan weer dat de medezeggenschapsraad liever opnieuw een bsa zou zien dan een dsa.

Nu het dsa voorlopig toch de weg is die we zijn ingeslagen stel ik voor dat we allereerst eens met elkaar vastleggen wat we nu eigenlijk beogen met het dsa. Te veel opties passeren wat mij betreft nu de revue, van kwaliteitsborging tot stressmanagementtool en misschien zelfs wel financieel gewin voor de onderwijsinstelling. Laten we vervolgens na een aantal jaar evalueren wat het effect is van een dsa.  

Geef studenten de gelegenheid om te wennen aan een systeem waarin niet meer extern wordt bepaald of je wel snel genoeg voldoet of niet. Geef coaches en docenten de ruimte om (nieuwe?) pedagogische interventies te ontwikkelen voor studenten die niet (direct) voldoen aan het, toch ook extern opgelegde ideaal, van nominaal is normaal.

Experimenteren is soms nuttig, maar verander de doorstroomregels niet élk jaar van vorm en doel. Dat is mijn dringende studieadvies-advies.

Inclusief onderwijs is nog lang niet gemakkelijk

Gepubliceerd: 20 October 2022 • Leestijd: 1 minuten en 57 seconden • Myrthe

Wat me opvalt in alle communicatie over diversiteit en inclusiviteit: het lijkt alsof inclusiviteit een zwart-witkeuze of statement is. Iets wat je bent of niet. Uit dilemma’s in de dagelijkse praktijk blijkt dat dat heel anders ligt. Want wanneer is ‘gelijke monniken, gelijke kappen’ inclusief en wanneer juist niet?

Ik neem jullie even mee in een redelijk gemiddelde werkweek.

We beginnen zoals elke week met een gezamenlijke start voor de eerstejaars. Iets meer dan de helft komt opdagen. Is dit diversiteit bieden in het onderwijs, omdat iedereen op basis van zijn/haar behoeften al dan niet gebruik maakt van de weekstart? Of is dit een pedagogisch of didactisch vraagstuk? En maakt dat uit voor mijn handelen?

Ik spreek een student en vertel dat hij – helaas – zijn project niet mag voortzetten. Ik heb een slechtnieuwsgesprek met een andere student. De opdracht moet opnieuw. Het voldoet niet. Is dit eerlijk? Zijn deze studenten voldoende begeleid? Zijn ze ondergesneeuwd in hun projectgroep? Spelen er dingen die ik niet zie en moet ik daar wat mee, of niet? Het onderwijs is ook kwalificerend, we beoordelen op geschiktheid, kunde, kennis. Dus misschien is het gewoon: jammer, volgende keer beter?

Ik spreek een student over problemen rondom planning en prioritering. Ga ik nu heel erg focussen op de labels en diagnoses die hierbij (kunnen) horen en begripvol zeggen dat het dan maar zo is? Of ga ik met die student aan de slag? Kijken hoe het wel kan? Is dat dan pedagogisch handelen of ben ik op dat moment niet inclusief, probeer ik als het ware uit alle macht iemand met één been te leren sprinten?

Ik keur een portfolio af op de randvoorwaarde dat het niet in ABN geschreven is. Is dat dan niet-inclusief op het moment dat het iemand met Nederlands als tweede taal betreft maar wél de juiste manier van handelen als iemand uit Zeeland komt?

Ik ga naar het toilet en vind het fijn dat er aparte vrouwentoiletten zijn, daar voel ik me prettiger en ja zelfs veiliger bij. Ben ik dan niet inclusief? Ik weet het niet.

Ik dol na een lange dag wat met studenten en maak een grapje dat op het randje is. Kan dat omdat het de lucht klaart en we even buiten de strakke kaders van onze rollen van docent en student zomaar gewoon even allemaal mens(elijk) zijn? Of heb ik iemand onbewust buitengesloten hiermee? Gekwetst?

Het punt is dat ik erg voor diversiteit en inclusiviteit ben. Echt heel erg voor, worden we beter van! Maar in de ‘daily grind’ is het zó lastig. Het is balanceren tussen authenticiteit (oprechte excuses voor dit kotswoord – bij gebrek aan beter) , pedagogisch handelen en sensitief zijn voor de soms tegenstrijdige gevoelens en behoeften van anderen.

Wellicht zit echte inclusiviteit in handelen vanuit je hart. En het hart, lieve mensen, maakt geen onderscheid (of dus juist wel 🙂 …)

Executieve functies, de sleutel tot studiesucces ?

Gepubliceerd: 18 March 2022 • Leestijd: 2 minuten en 1 seconden • Myrthe

Om een redelijk functionerend mens te zijn in de maatschappij heb je allerlei vaardigheden nodig. Van op tijd uit bed komen, de koelkast gevuld houden tot rekeningen betalen. In allerlei alledaagse situaties doe je een beroep op je executieve functies: de combi van denk- en gedragsvaardigheden die je nodig hebt om iets voor elkaar te krijgen.

Ook in de context van de studie spelen deze executieve functies een significante rol. Het gaat hier om een breed scala aan vaardigheden. Een paar voorbeelden: Geef je het op als iets niet direct lukt of pak je door (reactie- inhibitie)? Ben je in staat om instructies op te volgen en inleverdata op langere termijn in de gaten te houden (werkgeheugen)?

Recent deed ik onderzoek naar de relatie tussen de mate waarin executieve functies waren ontwikkeld bij eerstejaarsstudenten van de technische Ad’s en de mate waarin zij studiesucces hadden. Graag deel ik hier een paar troostrijke, hoopgevende of tot nadenken stemmende conclusies voor docenten en studenten uit mijn onderzoek.

Om te beginnen: er zijn veel aanwijzingen dat goed ontwikkelde executieve functies bijdragen aan studiesucces. Beter nieuws nog: als docent of coach kun je gericht interventies inzetten om executieve functies te trainen of verder te ontwikkelen.

Of executieve functies goed zijn ontwikkeld wordt niet direct bepaald door de vooropleiding van een student. Leeftijd en sekse spelen wél een belangrijke rol. Jongens zijn over het algemeen later met het ontwikkelen van executieve functies dan meisjes. Interessant gegeven in het kader van de technische opleidingen, waar het gros van de studenten uit adolescente jongens bestaat.

Er is een rechtstreeks verband tussen studenten die aanwezig en actief zijn bij lessen en de mate waarin bepaalde executieve functies zijn ontwikkeld. Dat is dus meteen ook de Catch 22: deze studenten kunnen het al. Sterker nog: studenten die moeite hebben met bepaalde executieve functies hebben tevens moeite met het volgen van  instructies  voor  opdrachten  die executieve  functies  kunnen  versterken. Hoe bereik je nu de studenten die het nog niet kunnen?  

Het helpt als ze weten waar ze iets voor doen! Dus investeer in vroeg kennismaken met het werkveld en verbind verschillende onderwijsmodules aan elkaar (doelgericht doorzettingsvermogen). Studenten (misschien ook docenten, maar dat heb ik niet onderzocht 😊) hebben af en toe een ‘aai over de bol’ nodig of de erkenning dat iets moeilijk of lastig is. Dat motiveert (emotieregulatie)!

Hoe zou je als docent of student met bovenstaande informatie aan de slag kunnen gaan ? Kan inzetten op interventies voor het versterken van executieve functies ook voor jou studenten of jouw opleiding bijdragen aan studiesucces? Mijn tip zou zijn: start met werkvormen waarbij tijd en aandacht wordt besteed aan het adagium ‘Ken uzelve’, zeker als het om studievaardigheden gaat. Er zijn goede vragenlijsten die helpen sterke en zwakke punten op het gebied van executieve functies bij individuele studenten te analyseren. Investeer daarnaast in het dichterbij halen van het toekomstperspectief. Wat kan je met deze opleiding ? Waarom zou je dit willen leren of kunnen?

Hebben we bij inclusiviteit al aan introverte mensen gedacht?

Gepubliceerd: 26 April 2022 • Leestijd: 1 minuten en 40 seconden • Myrthe

Vooruit dan maar, het is tijd voor een bekentenis. Ik heb het lang verborgen gehouden, maar nu moet het van mijn hart: Mijn naam is Myrthe, slik … gewichtige stilte … en ik ben een introvert.

Welkom, Myrthe!

De afgelopen twee jaar waren op veel vlakken een uitdaging. Het werk en de manier waarop we dat uitvoerden veranderden in één klap. Alles speelde zich achter een beeldscherm af. Heerlijk, zou je zeggen, voor de introverte types. Toch?

Zelf heb ik dat regelmatig anders ervaren en dat had met twee zaken te maken. Het eerste: ineens werd voor alles een Teamsvergadering aangemaakt. Ten tweede: er zat geen natuurlijke eindtijd meer aan het werk. En dan heb ik het nog maar even niet over de ongelooflijke hoeveelheid communicatiekanalen die er ineens online waren …😊.

Er zijn grote verschillen in hoe extraverte en introverte mensen functioneren als het gaat om prikkelverwerking, communicatie, omgaan met conflicten, ideeën ontwikkelen en besluiten nemen.

In onze maatschappij worden echter de kwaliteiten van extraverte mensen extra beloond. Dit gaat helaas ten koste van creativiteit, het zien van andere invalshoeken en van productiviteit. Studies laten zien dat om ergens écht heel erg goed in te worden ‘deliberate practice’ ontzettend belangrijk is. Musici, maar ook softwareontwikkelaars spenderen uren alleen met oefenen, oefenen en nog eens oefenen. In ons onderwijssysteem is daar steeds minder aandacht voor. We sturen aan op 21st century skills. Op samen doen en goed kunnen communiceren en ‘verkopen’ wat we doen. Ook belangrijk, zeker, maar waar is de balans ?

In het fantastische boek  ‘Quiet, the power of introverts in a world that can’t stop talking’, beschrijft Susan Cain hoe we als maatschappij de kwaliteiten van extraverte mensen steeds meer zijn gaan waarderen en waarom dat eigenlijk ontzettend jammer is. Het beïnvloedt onze prestaties op de werkplek en in het onderwijs. Onze werkplekken zijn flexibel en open. We horen altijd bereikbaar te zijn en snel te reageren op mail of Teams-berichtjes.

De oplossing is volgens Susan McCain eenvoudig. We zouden op zoek moeten naar symbiotische relaties tussen extraverts en introverts. Waarbij we gebruik maken van elkaars kwaliteiten. Het gaat om balans en het bieden van een structuur waarbij beiden menstypes tot hun recht komen.

Misschien zouden we als tegenhanger van de eerder genoemde aspecten van onze werkcultuur ‘broeddagen’ moeten normaliseren. Stilte-werkplekken creëren. Reflectiedagen introduceren. Mijns inziens een mooi voorbeeld van hoe je als hogeschool een deel van het inclusiviteitsbeleid kan vormgeven.